
Dubbele onderscheiding als totale verrassing voor echtpaar Van Eijl
Capelle - Met open ogen trapte Janny van Eijl-Reinders erin: tot het laatste moment vermoedde ze niet dat ze een Koninklijke onderscheiding opgespeld zou krijgen. Haar man, Arend van Eijl, zat samen met kleinzoon Thomas in het ‘complot’, maar werd zelf óók verrast met een lintje. “We zijn blij en dankbaar dat we samen zo lang vrijwilligerswerk konden doen.”
Zelfs bij het zien van familieleden en vrienden in het Van Cappellenhuis gingen bij Janny (85) nog geen belletjes rinkelen: een ideale situatie voor de uitreiking van een onderscheiding. Ze zou getrakteerd worden op een feestelijk ontbijt, georganiseerd door kleinzoon Thomas.
‘Nooit aan gedacht’
“Een week van tevoren belde hij op om te zeggen dat hij een ontbijt had geregeld in een nieuw restaurant”, blikt Janny terug. “We moesten netjes gekleed zijn. Beide kleinzonen kwamen ons halen, ze deden de deuren voor ons open; heel chic allemaal. Toen we bij de Dorpskerk kwamen, zei ik: ‘Oh, dus hier gaan ze dat restaurantje openen’. We gingen het Van Cappellenhuis binnen en ik keek ineens in het lachende gezicht van onze dochter. Ik zag ook vrienden en mijn broer. Zelfs toen dacht ik nog dat we gingen ontbijten. Ik heb er nooit aan gedacht. Zelfs toen we de burgemeester zagen en we op de voorste rij mochten zitten, bleef ik denken aan dat ontbijten.”
Grote verrassing
De uitreiking was ook het moment waarop haar man Arend van Eijl (85) zelf ook verrast werd. “Tot het moment waarop wij op de voorste rij zaten en toegesproken werden, heb ik niet geweten dat ik er ook bij hoorde. Van mijn vrouw stond het al vast toen we eenmaal onderweg waren. Dat ik erin ‘meegetrokken’ was, was voor mij een grote verrassing.”
Arend wilde zijn vrouw graag voordragen, maar zag het naar eigen zeggen niet zitten om de ingewikkelde voordracht te organiseren. “Maar Thomas aarzelde geen seconde en ging het regelen”, aldus Arend. “Het was op het nippertje, maar we konden de aanvraag met de laatste gegevens nog net indienen.” Vervolgens moest Arend thuis zo’n tien maanden zwijgen over de kwestie. “Soms moest ik wel een beetje liegen, natuurlijk”, geeft hij grinnikend toe. “En ik moest uiteraard wel een beetje bewapend zijn tegen vragen.”
‘Trots zijn we niet; in plaats daarvan zijn we blij en dankbaar’
“Uiteindelijk was het erg bijzonder, met onze geliefden erbij en met de hele ambiance eromheen. Echt genieten met elkaar, en daarna hebben we samen nog een high tea gedaan”, blikt Janny terug op de ceremonie en het feestgevoel.
Divers vrijwilligerswerk
‘Trots zijn we niet; in plaats daarvan zijn we blij en dankbaar’
Het echtpaar kreeg hun onderscheiding voor decennialang vrijwilligerswerk, dat zij altijd samen hebben gedaan. Toen zij in Rhenen woonden, hebben zij zich ingezet voor het Utrechts Landschap. Tijdens bootexcursies verzorgden zij de catering. Daarnaast hebben zij tien jaar lang meegewerkt aan vakantieweken in Lunteren voor mensen die extra zorg nodig hebben, zoals rolstoelgebruikers. Erg dankbaar werk waar ze ook veel liefde voor terugkregen van de deelnemers, vindt het koppel.
In de voormalige Immanuelkerk in Capelle heeft Arend jeugdwerk gedaan, was betrokken bij een muziekgroep en was actief in de kerkenraad. Janny heeft zich vooral beziggehouden met diaconaal werk en met liturgisch bloemschikken. “Dat is een onderdeel van de viering in de kerkdienst, zoals voor Pasen of het Kerstfeest”, legt Arend uit. “De schikking past bij het thema van de dienst en de bloemen hebben een Bijbelse betekenis.”
‘Trots zijn we niet; in plaats daarvan zijn we blij en dankbaar’
“In Rhenen kwam ik daarmee in contact”, vertelt Janny. “Voor mij is het een inspiratie; het doet iets met je geloof. En ik vond het mooi dat anderen dat dan mede konden beleven. Momenteel maak ik mijn laatste twee schikkingen, voor komende Kerst en de afsluiting van het kerkelijk jaar.”
Blij en dankbaar
Samen hebben ze zo’n honderd jaar vrijwilligerswerk gedaan. ‘Trots’ is niet het woord dat bij het Capelse echtpaar opkomt als het gaat om hun decennialange inzet als vrijwilligers. In plaats daarvan zijn ze blij en dankbaar dat ze het allemaal mochten doen. “En het is voor ons vanuit onze geloofsovertuiging zo vanzelfsprekend om er te zijn voor anderen”, vertelt Arend. Om het allemaal samen te doen, was fijn. “Dan kun je er samen thuis nog veel over napraten”, besluit Janny. Dat het echtpaar avontuurlijke reizen ondernam en ook na hun pensionering nog volop actief was, leverde een typerende uitspraak van een van hun kleinkinderen op: “Jullie zijn geen geraniumopa en -oma.”