Beeld ter illustratie.
Beeld ter illustratie. Foto: Stockfoto 123RF

OM twijfelt in strafzaak tegen Capelse douanemedewerkster: was ze echt betrokken bij invoer cocaïne?

Nieuws

Capelle - Ze werd veroordeeld tot drie jaar cel vanwege onder meer corruptie, terwijl het Openbaar Ministerie acht jaar had geëist tegen de 59-jarige Irene H. uit Capelle aan den Ijssel. Het OM spande hoger beroep aan, maar twijfelt nu of de douanemedewerkster wel echt betrokken was bij de invoer van cocaïne via de Rotterdamse haven.

De officier van justitie schilderde H. tijdens de zitting in 2024 nog af als een volwaardig lid van een criminele drugsorganisatie. Ze zou omgekocht zijn om informatie te verstrekken over de aankomst van drugscontainers in de Rotterdamse haven.

Twee ladingen met cocaïne

Daarmee had ze zich ook schuldig had gemaakt aan de betrokkenheid bij de import van twee scheepsladingen met cocaïne. Het ging in totaal om 900 kilo. Irene H. verdiende een celstraf van acht jaar, meende de officier van justitie.

Bij de rechtbank in Rotterdam kreeg het OM al de deksel op de neus. De rechters vonden niet bewezen dat de vrouw medeverantwoordelijk was voor de drugsmokkel.

Corruptie en schending ambtsgeheim

Ze had zich wel schuldig gemaakt aan corruptie, doordat ze info over drugscontainers had doorgespeeld nadat haar geld was beloofd. Daarmee had ze ook haar ambtsgeheim als douanemedewerkster geschonden, en had ze zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk.

Wel ging de rechtbank ervan uit dat H. het beloofde geld voor de informatie uit het computersysteem van de douane niet heeft gekregen. Uiteindelijk kreeg Irene H. een celstraf van drie jaar, maar liefst vijf jaar minder dan de officier van justitie had geëist tegen de douanemedewerkster.

Het OM liet het er niet bij zitten, en ging in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag om alsnog een hogere celstraf te krijgen voor H. 

Behandeling zaak uitgesteld

Maandag zou de inhoudelijke behandeling zijn van de zaak, maar dat werd uitgesteld op verzoek van de aanklager van het Openbaar Ministerie bij het gerechtshof. Hij vertelde tijdens de korte zitting bij het hof dat hij toch twijfelt over de beschuldiging dat H. medeverantwoordelijk was voor de invoer van twee scheepsladingen met cocaïne. 

De aanklager kondigde aan dat hij zelf nog eens “kritisch wil kijken” naar het strafdossier. Hij gaat de beschuldigingen tegen H. over de invoer van de drugs niet handhaven louter en alleen “om de strafzaak voor het OM te redden”.     

Wanneer het hoger beroep wordt voortgezet, is nog niet duidelijk.

Overigens staat niet alleen Irene H. terecht, maar ook haar zoon Deon D. (30) uit Rotterdam en ook Clyde B. (51) uit Rotterdam. Deon D. zou samen met zijn moeder de info over de drugscontainer opgezocht hebben in het douanesysteem, en doorgegeven hebben. Hij kreeg daarvoor twee jaar cel.  

Clyde B. was volgens het OM de grote man achter de drugssmokkel. De officier van justitie eiste in 2024 twaalf jaar cel tegen B. De verdachte kreeg uiteindelijk van de rechtbank niet meer dan 2,5 jaar cel.

Maarten Bakker/persbureau Cerberus