Foto:

Column Sophie Dijkgraaff: IJscoman

  Column

Capelle - Er zijn van die woorden die je jarenlang niet hoort om daarna opnieuw hun opmars te maken. Zo hoorde ik pas iemand zeggen: ‘Ik ga naar de ijscoman.’ Gelijk schoot ik terug in de tijd.
Ik moet een jaar of vijf geweest zijn toen in de zomer de ijscoman dagelijks zijn opwachting maakte in de straat waar ik opgroeide. Eerst hoorden we het deuntje van een carillon, waarna er een kek Volkswagen busje de hoek om kwam rijden. Een feest was het als ik samen met mijn zus en broer een ijsje mocht kopen. Natuurlijk met een dikke laag spikkels of, zoals dat nu heet, een discodip. Trouwens, dat eten gaf nog een hoop geklieder. Dat begon al bij het aflikken van die spikkels. Dat was een precies werkje dat zo lang duurde dat het roomijs begon te druppen uit de onderkant van het intussen zacht geworden hoorntje. Wat ook gebeurde, is dat ik tijdens het afsnoepen van de spikkels mijn ijsje zo scheef hield dat de ijsbol – plop! – op straat viel … Dikke tranen!

Ik liep regelrecht naar Capri

Wanneer het woord ‘ijscoman’ in onbruik is geraakt? Geen idee. Zoiets gebeurt altijd onopgemerkt. Vanaf mijn tienertijd werd de ‘ijscoman’ de ‘ijsboer’. Het ijs werd niet meer voor de deur afgeleverd, maar moesten we zelf halen. Favoriet was IJssalon Capri op de Karel Doormanstraat in Rotterdam. Wat heb ik daar een hoop zakgeld ingeleverd! Had ik makkelijk een Ferrari van kunnen kopen! Nou ja, dat is overdreven maar ik kwam er graag. Echt, gingen de meeste vrienden na een avondje stappen een broodje shoarma halen op de Witte de Withstraat, ik liep regelrecht naar Capri.
Op het moment dat ik dit stukje uittik, is het buiten 26 graden. Beter weer om mezelf te trakteren op een ijskoude lekkernij is er niet. Dat wordt dus op de fiets naar IJssalon Flippo. Kan ik gelijk uitzoeken of ze daar ook ijs met spikkels verkopen!

sophiedijkgraaff.nl

Shopbox

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden