Foto: Foto:

Unguja zand

Voor de zestiende opeenvolgende morgen ontwaak ik met hetzelfde adembenemende uitzicht. Wanneer ik in mijn ogen wrijf verhonderdvoudigt zich het blauw van de Indische Oceaan als een caleidoscoop in mijn oogbollen. Het geluid van loeiende airco's voorkomt echter dat ik in een droomwereld blijf wanneer ik op de balustrade sta.

Ik bevind mij in het uiterste zuidoosten van het eiland Unguja - Zanzibar - op zo'n 62 kilometer van de hoofdstad Zanzibar Stad. Verborgen achter het enige National Park van het eiland bevindt zich het door een Nederlander gerunde resort. De vijftiger is er in 2014 neergestreken en heeft er met lokalen een paradijsje van weten te maken. De ingrediënten waren echter al ruimschoots aanwezig. Een groen omzoomde baai, zeshonderd meter hagelwit zand en een azuurblauwe zee waren er al. En als kers op de taart bevindt zich een koraalrif op enkele tientallen meters uit de kust.

De zonsondergangen kreeg hij iedere avond ook cadeau. Niet boven zee, maar boven land gezien de oostelijke ligging op het eiland. Maar evenzeer prachtig. Ook het Zuiderkruis is een vaak geziene gast in de nacht. Dit gesternte, dat onder andere prijkt op de vlag van Nieuw-Zeeland, is alleen ten zuiden van de evenaar waarneembaar. Het eiland ligt tussen de zes en zeven graden zuidelijker. Ik heb nachten achtereen vanaf mijn balustrade de vier sterren zien fonkelen in de kruisformatie. Licht hellend naar links en wijzend naar het zuiden. Een keer of twee heb ik op het strand, met mijn voeten in het nachtelijk zand, de overdadigheid aan sterren bewonderd. Als kleine lichtpuntjes beschenen ze de golven die kapotsloegen op het rif. Na verloop van tijd leken ze steeds meer licht te gaan geven of waren het toch mijn ogen die aan het donker gewend raakten? Urenlang zat ik in de tussentijd met mijn voeten in het zand te woelen. Het Unguja zand dat ook steeds witter leek te worden.

De columns die Gerard voor de IJssel- en Lekstreek schreef, zijn na te lezen op Facebook: Gerard Vermeeren - Schrijver.