Foto:

Hofjes

Bewust heb ik deze column niet de titel 'Oud' meegegeven. Ja, ik ben me daar gek. Zodra het woord oud valt haken de meeste lezers af. Oud is in de ban gedaan. Of het moet gaan om rituelen als Kerst, dan kruipen we het liefst bij elkaar wachtend op de sneeuw die zelden valt. Oude bouwwerken zijn bij velen onder ons ook in trek. Uren brengen we door op de Acropolis, de Piramiden van Gizeh of de basilique du Sacré-Cœur waar we en passant een goede imitatie weggeven van een Japanse toerist.

Een mens droomt eens wat

Ik ben ook dol op antieke architectuur. Griekse kerken en oer Hollandse hofjes hebben mijn voorkeur. Het eerste hofje – oud Hollands voor tuin – dat ik ontdekte, stamt uit 1904 en ligt in mijn geboortestad Rotterdam, aan de Voorschoterlaan. Hofje 'Uit liefde en voorzorg' bood destijds gratis huisvesting aan: '23 bejaarde vrouwen, bij voorkeur van Remontstrantsche of Doopsgezinde godsdienst'. Elke keer als ik mijn ogen over de rechthoekige tuin liet glijden, zag ik me mezelf later als oude vrouw daar wonen. Zittend op een houten bankje bij de voordeur van mijn huisje met luiken. In mijn handen een breiwerk, naast me een spinnende poes.
Ach ja, een mens droomt weleens wat. Maar wat schetst mijn verbazing, járen later is deze droom te verwezenlijken! Door het sluiten van bejaardentehuizen kruipen de ouderen onder ons steeds meer bij elkaar en zijn hofjes weer hip. Niet in de oude bouwstijl, drie vleugels rondom een tuin met waterpomp, maar nog steeds trouw aan het idee: samenleven in een kleine woonvorm. Intussen zijn er door het hele land al hofjes geopend en van wat ik lees zijn de bewoners zeer tevreden. Misschien kan onze gemeente dit concept ook in zijn ontwikkelingsplannen meenemen. Kan ik over dertig jaar toch nog voor mijn huisje zitten. Met breinaalden en een spinnende poes.

Meer lezen? Ga snel naar Sophie Dijkgraaff.nl

Shopbox

Meer berichten