Cor van Os: trots op zijn KCC.
Cor van Os: trots op zijn KCC. (Foto: Jan Timmer)

Op naar de ‘soepkeet’!

  •   keer gelezen

CAPELLE • Cor van Os maakte de start, de opkomst en de toetreding van KCC tot de Korfbal League mee en zag daarmee een sportdroom in vervulling gaan. “Dat de club zich zo zou ontwikkelen, had ik nooit kunnen bevroeden”, zegt de man die vorige week aftrad als voorzitter van de Capelse club.


Eigenlijk was de voetbalsport zijn eerste liefde, erkent de 64-jarige Capellenaar onmiddellijk. “Als jonge knul meldde ik me aan bij vv Capelle en hoopte ik mij zo te ontwikkelen dat ik in de top van de jeugd kon gaan meedraaien”, blikt hij terug. “Dat viel echter enigszins tegen, want ik was weliswaar snel, maar geen erg groot voetbaltalent. Mijn - latere - zwager was lid van korfbalvereniging De Kapellen en maakte mij enthousiast om het daar eens te gaan proberen. Ik kan mij nog goed mijn eerste activiteiten op het korfbalveld herinneren: ik wilde de bal veroveren en maakte een sliding! Hilarisch! Ook mijn aluminium noppen met ‘bramen’ erop, pasten niet echt bij mijn nieuwe sportomgeving”, lacht Van Os. “Maar na die eerste kennismaking wist ik wél meteen zeker: dit is mijn sport. Ik heb het bij De Kapellen uiteindelijk tot het eerste team gebracht en daar vier jaar in gespeeld. Mooie tijd.”

Fluweel

Capelle aan den IJssel telde in die tijd twee korfbalverenigingen: De Kapellen en De Bermen. Beide clubs mochten dan hemelsbreed op enkele kilometers van elkaar verwijderd liggen, qua cultuur golden ze als twee aparte werelden. Het was dan ook voor veel mensen een enorme verrassing toen - in eerste instantie - geheime besprekingen leidden tot een fusie en de geboorte van KCC. 

“Gezien de sterke verschillen zou je verwachten dat zo’n samensmelting problemen zou opleveren, maar niets was minder waar”, zegt Cor van Os. “Sterker nog: het was verbazingwekkend hoe soepel het van meet af aan liep. Het voelde als een ‘fluwelen revolutie’. We leerden elkaar kennen en bleken, tegen de verwachting van de sceptici in, uitstekend door één deur te kunnen. Ook mooi: KCC kon meteen aan de slag met een ledental tegen de 300 en volop talentvolle jeugd. Immers, kort daarvoor was het een sterke lichting van De Kapellen gelukt om de landelijke korfbalfinale in Ahoy te bereiken en zelfs te winnen. Het bleek een gouden basis voor een mooie opmars. Daarnaast beschikten we van meet af aan over een goede opleiding, gemotiveerd en kundig kader en trainers met een uitstekende toekomstvisie. Eén van hen, wijlen Piet Klootwijk, schreef zelfs een heel plan waarmee we nieuwe stappen konden zetten. Eén onderdeel daarvan behelsde dat we twee keer per week gingen trainen. Hij redeneerde: ‘als je uit de derde klasse wilt komen, dan zul je moeten investeren’. 

“Het bleek een waarheid als een koe. Uiteindelijk kwamen we terecht waar we nu staan: bij de beste clubs van het Nederlandse korfbal. We hebben de weg omhoog gevonden dankzij onze gezamenlijke passie voor korfbal en het plezier dat we met z’n allen aan deze sport en aan elkaar willen beleven. Dat hebben we mét elkaar voor elkaar gekregen. En nu zijn we zelfs zo ver dat we in de personen van Wilrik Wassink en Robin Diepenhorst twee hoofdtrainers vanuit onze eigen gelederen hebben staan en het op het hoogste niveau prima doen. Ja, daar geniet ik van. Het is in één woord heerlijk”.

Beetpakken

Cor van Os maakte sinds 2015 deel uit van het bestuur van KCC, na eerder vier jaar voorzitter te zijn geweest van De Kapellen.. Die laatste rol vervulde hij de voorbije jaren ook bij KCC. Daaraan is nu een eind gekomen. “Ik heb met plezier een stapje teruggedaan”, zegt hij. “Dat heeft alles te maken met het feit dat de club in goede handen is en er jongere mensen zijn die KCC weer verder kunnen brengen. Dat ik nu ben teruggetreden betekent overigens niet dat ik de vereniging links zal laten liggen. Mijn band met KCC voelt als een ‘membership for life’. De club zal me nooit loslaten. Ik zal dan ook zeker beschikbaar blijven voor projecten. Op één daarvan verheug ik me nu al: de ‘soepkeet’ naast het hoofdveld. Dat is echt mijn ding. Laten we sowieso hopen dat we straks weer ‘als vanouds’ kunnen gaan korfballen met z’n allen en deze coronatijd achter ons kunnen laten. Ik vond en vind het een periode die enorm veel energie opslokt. Momenteel zitten we met een sporthal waar we niet in kunnen trainen of spelen omdat ze is ingericht als vaccinatielocatie. Het is een enorme klus om er tóch voor te zorgen dat we onze geliefde sport kunnen beoefenen, ook wanneer de regels eventueel versoepeld worden. Natuurlijk, de pandemie is ernstig en zorgelijk, maar ik vind het lastig te accepteren dat onze overheid sportbeoefening niet als ‘essentieel’ ziet, terwijl het dat in onze beleving wél is. Ik merkte als voorzitter dat het mij steeds zwaarder begon te vallen. Mijn energie begon ‘lekkage’ te vertonen. Dat werd herkend en beantwoord door verschillende mensen binnen de club. De KCC-spirit kwam meteen boven drijven onder het motto we gaan het samen beetpakken. Die veerkracht vind ik machtig mooi; ze is tekenend voor deze club. Er zijn altijd mensen die de vereniging willen dragen en dóórpakken”.

Jan Timmer

Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten